Prinsjesdagspecial 2017

Welke voorstellen bevat het pakket Belastingplan 2018? De Prinsjesdagspecial 2017, opgesteld in opdracht van de NBA, biedt een handzaam overzicht van de aangekondigde maatregelen.

De tekst van het Belastingplan 2018 begint dit jaar met de mededeling dat het pakket aan maatregelen het beste beschreven kan worden als het “beleidsarme pakket Belastingplan 2018”. Deze aanduiding zegt voldoende. Het gaat dan ook voornamelijk om maatregelen waarvan het onontkoombaar is dat ze per 1 januari 2018 ingaan.

Aangezien de economie aantrekt, komt het demissionaire kabinet er niet onderuit om de koopkracht van de Nederlandse huishoudens enigszins te verbeteren. Ook de aanpak van belastingontwijking en -ontduiking krijgt de nodige aandacht.

1. Wijzigingen voor alle belastingplichtigen

Minimale wijzigingen in de heffingskortingen

De maximale algemene heffingskorting wordt met € 8 verlaagd waardoor deze in 2018 € 2.265 zal bedragen, het hoge bedrag van de ouderenkorting wordt met € 115 verhoogd waardoor deze in 2018 € 1.418 zal bedragen en de alleenstaande ouderenkorting wordt met € 19 verlaagd waardoor deze in 2018 € 423 zal bedragen.

Einde aan de inkeerregeling

Het kabinet wil de inkeerregeling volledig afschaffen per 1 januari 2018. Dit betekent dat belastingplichtigen die vermogen of inkomen verzwijgen, niet meer wegkomen zonder vergrijpboete, ook al geven ze het binnen twee jaar alsnog aan.

Er komt nog wel een overgangsregeling. Daarin zal worden geregeld dat de huidige inkeerregeling van toepassing blijft met betrekking tot aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan en met betrekking tot inlichtingen, gegevens of aanwijzingen die vóór 1 januari 2018 zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt.

Multiplier giftenaftrek met een jaar verlengd

Het kabinet stelt voor om de geldigheidsduur van de regeling van de multiplier giftenaftrek met een jaar te verlengen, tot 1 januari 2019. Dit betekent een extra jaar voor een verhoogde giftenaftrek in zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting voor giften aan culturele instellingen.

Tijdelijke verhoging kansspelbelasting

Het huidige tarief van 29% voor de kansspelbelasting zal tijdelijk verhoogd worden met 1,1%-punt tot 30,1%. Naar verwachting zal het tarief vanaf 1 januari 2019 weer 29% bedragen.

2. Wijzigingen voor de Ondernemer / BV

Verscherping dubbele zakelijkheidstoets bij uiteindelijke derdenfinanciering

Het kabinet wil dubbele verliesneming bij de afwaardering van een vordering buiten een fiscale eenheid maar binnen een concern onmogelijk maken, met als uitgangspunt dat afwaardering van fiscale vorderingen ten laste van de fiscale winst mogelijk blijft. Dit wil het kabinet bereiken door de reikwijdte van het artikel dat dubbele verliesneming bij vorderingen via top- of tussenmaatschappijen voorkomt, uit te breiden. Het artikel wordt hiermee van toepassing op alle schuldvorderingen op – binnen of buiten Nederland gevestigde – maatschappijen die tot hetzelfde concern behoren als de moedermaatschappij van de fiscale eenheid.

Aanpassing liquidatieverliesregeling

Het kabinet zal ook geconstrueerde liquidatieverliezen gaan aanpakken. De aanpak zal gericht zijn op de situatie waarbij een in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting opgenomen dochtermaatschappij (tussenhoudster) wordt ontvoegd en vervolgens (na enkele maanden) wordt geliquideerd. Bij de liquidatie van die tussenhoudster wordt door de fiscale eenheid een aftrekbaar liquidatieverlies (het verschil tussen het zogenoemde opgeofferde bedrag en de liquidatie-uitkeringen) geclaimd. Door de aanpassing van het opgeofferde bedrag wordt straks het nemen van een liquidatieverlies in een dergelijke situatie voorkomen.

Aanpassing berekening voorkomingswinst bij interne gebruiksvergoedingen binnen fiscale eenheid

Jurisprudentie regelt dat bij de bepaling van de winst van een vaste inrichting in bepaalde gevallen geen rekening moet worden gehouden met interne royaltyvergoedingen tussen twee vennootschappen binnen een fiscale eenheid, waarbij de vergoeding toerekenbaar is aan een vaste inrichting van een van die vennootschappen. In die gevallen kan een fiscaal voordeel worden behaald. Dat acht het kabinet niet wenselijk. Daarom stelt het kabinet voor dat ook in die situatie de voorkomingswinst wordt vastgesteld alsof de fiscale eenheid niet bestaat.

Verlaging aftrekpercentage EIA

Het percentage van de energie investeringsaftrek (EIA) zal per 1 januari 2018 met 0,5% worden verlaagd. Het aftrekpercentage EIA zal hierdoor in 2018 54,5% bedragen.

Heffing afvalstoffenbelasting bij verwijdering buiten Nederland

Het kabinet wil een heffing van afvalstoffenbelasting bij verwijdering buiten Nederland gaan invoeren.

Inhoudingsplicht houdstercoöperatie

Het kabinet gaat het gebruik van coöperaties om dividendbelasting te omzeilen, aanpakken. Dividendbelasting wordt geheven van degenen die gerechtigd zijn tot de opbrengst van aandelen in, winstbewijzen van en hybride leningen aan – met name – in Nederland gevestigde naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen. De groep belastingplichtigen wordt uitgebreid met gerechtigden tot de opbrengst uit hoofde van kwalificerende lidmaatschapsrechten in Nederland gevestigde houdstercoöperaties.

Uitbreiding inhoudingsvrijstelling dividendbelasting derde landen

Het kabinet stelt voor om de inhoudingsvrijstelling uit te breiden richting derde landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in een dividendbepaling. Deze uitbreiding van de inhoudingsvrijstelling gaat gepaard met een wijziging en tegelijkertijd aanscherping van de huidige nationale antimisbruikbepalingen in de dividend- en vennootschapsbelasting. Dit zal betekenen dat de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting ook gaat gelden voor deelnemingsverhoudingen waarbij de moedermaatschappij is gevestigd in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten.

3. Wijzigingen in de omzetbelasting

Definitie geneesmiddelen wordt aangescherpt

Het kabinet brengt de definitie voor de btw terug naar de maatschappelijke uitleg van het begrip ‘geneesmiddel’ en geeft duidelijkheid aan de burger en het bedrijfsleven over de toepassing van het verlaagde btw-tarief. De definitie voor geneesmiddelen wordt dusdanig aangescherpt dat het lage tarief alleen toepassing is indien een handelsvergunning zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet is verleend.

Aanpassing tariefbepalingen omzetbelasting zeeschepen

In de gevallen waarin een zeeschip niet voor commerciële doeleinden zal worden gebruikt voor de vaart op volle zee, geldt bij de levering van dat zeeschip het algemene tarief van 21%, in plaats van het nultarief. Wanneer een dergelijk schip door een ondernemer wordt geëxploiteerd ten behoeve van met btw belaste prestaties, zoals het verstrekken van hotel- en restaurantdiensten, kan de ondernemer de btw als voorbelasting in aftrek brengen. Alleen wanneer een zeeschip wordt gebruikt door een persoon die geen ondernemer is in de zin van de Wet OB 1968, dan wel wordt gebruikt door een ondernemer voor bij die wet vrijgestelde prestaties, blijft in de nieuwe situatie de btw ter zake van de aankoop op het schip drukken.

Executanten, pand- en hypotheekhouders straks btw-aansprakelijk

Het kabinet komt met een nieuwe aansprakelijkheidsbepaling voor pand- en hypotheekhouders en executanten. Deze aansprakelijkheidsbepaling moet de inning van btw veilig stellen die verschuldigd is bij leveringen van een verpande of verhypothekeerde zaak of van een zaak waarop beslag is gelegd. Dergelijke leveringen worden hiermee voortaan op dit punt materieel hetzelfde behandeld als de leveringen die onder de verleggingsregeling vallen.

Het kabinet komt met een nieuwe aansprakelijkheidsbepaling voor pand- en hypotheekhouders en executanten. De pandhouder, de hypotheekhouder en de executant die zich verhalen op de opbrengst van een zaak, kunnen straks aansprakelijk worden gesteld voor het bedrag dat ter zake van de levering van die zaak aan btw verschuldigd is.

Landbouwregeling wordt afgeschaft

Gezien het feit dat het gebruik van de landbouwregeling in de praktijk sterk is afgenomen, wordt de landbouwregeling per 1 januari 2018 afgeschaft.

4. Wijzigingen voor de werknemer-werkgever

Fictieve dienstbetrekking voor niet-uitvoerende bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap wordt afgeschaft

De fictieve dienstbetrekking voor niet-uitvoerende bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap wordt per 1 januari 2018 afgeschaft.

Deze dienstbetrekking zal dan niet meer onder het bereik van de loonbelasting vallen.

Toepassing alleenstaande ouderenkorting in de loonheffing uitgebreid

Het kabinet stelt voor dat de sociale verzekeringsbank (SVB) de alleenstaande ouderenkorting bij de inhouding van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen ook mag toepassen op de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen bij alleenstaande ouderen die geen AOW-uitkering ontvangen omdat zij niet minimaal een kalenderjaar verzekerd zijn geweest voor de AOW. Dit betekent dat alleenstaande ouderen die vanaf 2018 de standaardloonheffingskorting toe laten passen door de SVB en geen AOW-uitkering ontvangen voortaan geen aangifte inkomstenbelasting meer hoeven te doen om de alleenstaande ouderenkorting te gelde te maken.

Constructies met voorwaardelijke aandelenoptierechten onaantrekkelijk gemaakt

Het kabinet gaat constructies tegen met voorwaardelijke aandelenoptierechten om pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen te voorkomen. Aandelenoptierechten die zijn verkregen vóór het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met de werknemer is beëindigd en onvoorwaardelijk zijn geworden in het jaar voor uitdiensttreding worden toch meegenomen voor de pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen.

Toepassing heffingskortingen buitenlandse belastingplichtigen wordt beperkt

Het kabinet stelt voor om vanaf 2019 in de loonbelasting voor alle buitenlandse belastingplichtigen alleen nog maar het belastingdeel van de heffingskortingen toe te laten passen waarop niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen uit het betreffende land in de inkomstenbelasting recht hebben. Op grond van de voorgestelde maatregel wordt bij buitenlandse belastingplichtigen uit de landenkring vanaf 2019 in de loonbelasting enkel van de arbeidskorting het belastingdeel toegepast en wordt bij buitenlandse belastingplichtigen uit derde landen van geen enkele heffingskorting het belastingdeel toegepast.

Inhoudingsplichtige krijgt eenvoudigere mededelingsplicht

Op grond van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) is een inhoudingsplichtige verplicht over het aantal aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O) bestede uren en gemaakte kosten en uitgaven per afgegeven S&O-verklaring een mededeling aan de minister van Economische Zaken te doen. Het kabinet gaat deze mededelingsplicht per S&O-verklaring terugbrengen naar één mededelingsplicht over alle S&O-verklaringen in een kalenderjaar.

5. Wijzigingen erf- en schenkbelasting

Estateplanning via huwelijkse voorwaarden halt toegeroepen

Echtgenoten kunnen door het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden een ander aandeel dan een gelijk aandeel in de huwelijksgemeenschap afspreken of kiezen voor een andere huwelijksgemeenschap. In de praktijk blijkt dat vermogenden van deze mogelijkheden in toenemende mate gebruik maken, ingegeven door de wens om schenk- en erfbelasting te besparen. Het kabinet komt met voorstellen om deze taxplanning via huwelijkse voorwaarden in te perken.

Het wetsvoorstel geeft aan dat herverdeling van bezit in een huwelijk gesloten per 1 januari 2018, schenkbelasting zou kunnen oproepen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij een woning waarvan beide partners voor de helft eigenaar zijn via een contractwijziging voor 75% op naam van één partner komt te staan. Dit kan straks worden gezien als schenking.

Het voorstel zal ook gaan gelden voor ongehuwd samenwonenden die een notarieel samenlevingscontract aangaan.

Beperkte huwelijksgemeenschap wordt standaard

Het burgerlijk wetboek gaat regelen dat voor personen die op of na 1 januari 2018 in het huwelijk treden, in beginsel sprake is van een beperkte gemeenschap van goederen. Dat betekent dat het voorhuwelijkse privévermogen, evenals erfenissen en giften die tijdens het huwelijk worden verkregen, tot het privévermogen van de echtgenoten blijven behoren. Alle bezittingen en schulden voor het huwelijk blijven buiten de gemeenschap.

Indien (aanstaande) echtgenoten voor of tijdens het huwelijk een ander huwelijksgoederenregime dan het (nieuwe) standaardregime wensen, kunnen zij dat regelen door het aangaan van huwelijkse voorwaarden bij een notaris.

Navordering van schenk- en erfbelasting

Navorderen wordt straks voor de schenk- en erfbelasting ook toegestaan indien in verband met een vermindering van een belastingaanslag een navorderingsaanslag aan dezelfde verkrijger moet worden opgelegd. Dit zou aan de orde kunnen zijn in verband met een vermindering van een ‘gewone’ aanslag en een conserverende navorderingsaanslag die voor de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) moet worden opgelegd. Het kabinet stelt tevens voor te codificeren wanneer de termijn voor navordering in de hiervoor genoemde gevallen aanvangt. Het kabinet wil deze maatregel met onmiddellijke werking inlaten gaan.

Wettelijke regeling aanslagtermijnen voor de schenkbelasting verduidelijkt

Het kabinet stelt voor om expliciet in de wettekst op te nemen dat de aanslagtermijnen voor de schenkbelasting voortaan na de dag van het doen van aangifte ingaan wanneer meer dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden, aangifte van die schenking wordt gedaan.

6.Wijzigingen auto’s

Werkelijke waardevermindering BPM

Het kabinet gaat voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) regelen dat in bepaalde situaties in plaats van de forfaitaire afschrijvingstabel mag worden uitgegaan van de werkelijke waardevermindering. De afschrijving zal ook in ombouwsituaties bepaald gaan worden aan de hand van de werkelijke waarde. Zo zal conform jurisprudentie worden toegestaan dat bij de ombouw van bestelauto’s tot personenauto de afschrijving bepaald kan worden aan de hand van de werkelijke waarde.

Catalogusprijs straks publiekelijk kenbaar

Het kabinet stelt voor dat met ingang van 1 januari 2018 de catalogusprijs van een (bijzondere) personenauto, bestelauto of motorrijwiel (motorrijtuig) publiekelijk kenbaar gemaakt moet worden.

De catalogusprijs speelt een belangrijke rol. Zo is bij de eerste registratie van gebruikte voertuigen in Nederland de catalogusprijs relevant voor het bepalen van de afschrijving voor de berekening van de verschuldigde BPM. Tevens is de catalogusprijs relevant voor de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak. Met deze wijziging wordt de fabrikant of importeur verplicht de geldende catalogusprijs, waaronder dus wijzigingen van de catalogusprijs, publiekelijk kenbaar te maken. De wijze van publiekelijk kenbaar maken is vormvrij, maar dient wel zodanig plaats te vinden dat de catalogusprijs vervolgens voor iedereen kenbaar is. Daarbij kan worden gedacht aan bekendmaking via de website van de importeur of fabrikant.

Van eigen massa naar massa rijklaar

Het kabinet stelt voor de motorrijtuigenbelasting aan te passen waardoor bij de grondslag van de berekening van de motorrijtuigenbelasting niet langer gebruik wordt gemaakt van de ‘eigen massa’ van het motorrijtuig, maar van de ‘massa rijklaar’ zoals opgenomen in het kentekenregister.

Schorsen en naheffen motorrijtuigenbelasting

Voor een motorrijtuig waarvan het kenteken is geschorst is geen motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Zodra met dat motorrijtuig toch gebruik van de weg wordt gemaakt, herleeft de motorrijtuigenbelastingplicht en zal er worden nageheven. Bij een constatering van het weggebruik, eindigt de schorsing van rechtswege.

Doordat wettelijk is geregeld dat naheffing van de motorrijtuigenbelasting mogelijk is ter zake van een geschorst motorrijtuig dat wordt gebruikt op de weg, maar dat de Wegenverkeerswet 1994 de schorsing van rechtswege laat eindigen bij aanvang van een gebruik van de weg, zou onduidelijkheid kunnen ontstaan over het feit of de Belastingdienst mag naheffen, of niet. Daarom stelt het kabinet voor om de wet dusdanig aan te passen dat er geen onduidelijkheid meer bestaat dat de motorrijtuigenbelasting in dergelijke situaties nageheven kan worden.